Alles over kleding

Kleding (ook kledij of kleren, een syncope van klederen) is lichaamsbedekking voor mensen, in essentie nodig voor het behoud van lichaamswarmte. Andere mogelijke redenen voor het dragen van kleding in het algemeen of van speciaal ontworpen kleding:

  • Het bieden van bescherming bij bepaalde beroepsuitoefening.
  • Het herkenbaar maken van het uitoefenen van een beroep of bedrijfsimago.
  • Het uitdrukken van status.
  • Het voldoen aan maatschappelijke eisen en verwachtingen (kledingvoorschrift).
  • Het verhullen van lichaamsdelen die misvormd of beschadigd zijn.
  • Het zich onderscheiden van anderen.
  • Het aantrekkelijk eruitzien.
  • Het verhullen van lichaamsdelen die seksueel opwindend kunnen zijn.

In een warm klimaat was de noodzaak voor kleding minimaal. Hoe meer de voorouders van de mens uit warmere klimaten naar de koudere regio’s migreerden hoe vaker zij uit hun omgeving materialen gebruikten om zich te kleden, zeer waarschijnlijk met de materialen die werden verkregen als bijproduct van de jacht op voedsel, zoals dierenhuiden, of het benutten van gedroogde en samengebundelde grassen, om het lichaam gewikkeld of gebonden.

Er bestaat weinig kennis over kleding in de prehistorie, omdat kleding, gemaakt van organische materialen, snel vergaat in de bodem. Er zijn echter in 1988 naaldengevonden gemaakt uit been en ivoor die uit ongeveer 30.000 voor Christus dateren. De vindplaats hiervan was bij Kostenki in Rusland.

Parallel aan de ontwikkeling van de agrarische beschaving werden meerdere mogelijkheden gevonden wat beschikbaar was te gebruiken voor kleding. Het domesticeren van dieren leidde tot het verdere gebruik van de huiden van deze dieren. Tegelijkertijd leidde dit tot het beroep van leerlooier. De huidbedekking van sommige dieren kon gebruikt worden in de vorm van wol. Dit leidde tot het spinnen van wol en verwerken hiervan.

De ontwikkeling van landbouw leidde, naast de productie van voedsel, tot het produceren van gewassen die vezels produceerden geschikt voor spinnen en weven, bijvoorbeeld linnen en katoen. In eerste instantie zullen de geweven rechthoekige lappen direct gebruikt zijn, zoals nog steeds in veel niet-westerse culturen gebeurt. Een omslagdoek kan eenvoudig aan de persoonlijke wensen worden aangepast, bijvoorbeeld door gebruik van een speld of riem. Bovendien zijn er geen verschillende maten nodig.[1]

Tot de middeleeuwen bestond kleding in West-Europa voornamelijk uit rechthoeken en halve cirkels.[1] Daarna ontdekte men manieren om kleding van apart geknipte patroondelen aan elkaar te naaien en werd het patroontekenen ontwikkeld. De kleding kreeg hierdoor een veel betere pasvorm.[1]

Kleermakers leerden ook hoe de verschillende stoffen verwerkt konden worden. In de twintigste eeuw zijn vezels van kunststof ontwikkeld die geschikt zijn voor kleding. Het maken van kleding heeft zich ontwikkeld van in eerste instantie voor eigen gebruik of de naaste familie naar een grootschalige fabricage. De distributie en de aanschaf gebeurt in winkels.

Afhankelijk van seizoenen en mode zijn er steeds wijzigingen in stijl, stof en afmetingen van de diverse kledingstukken. Kleding wordt vaak aangevuld met het gebruik van accessoires om het lichaam te verfraaien of aantrekkelijk te maken.